Expert-interview over het passivehuis
Het passievhuis staat volop in de schijnwerpers. Maar weinigen weten wat zich precies achter dit concept verbergt, en vooral welke besparingen zo'n huis kan opleveren. Bovendien is het de vraag welke voor- of eventuele nadelen een passievhuis met zich meebrengt. Drie experts beantwoorden 5 belangrijke en fundamentele vragen over dit onderwerp en leveren uitgebreide informatie.
InhoudsopgavePresentatie van de 3 Passiehuisexperts
Astrid Kahle is marketing manager van ventilatiefabrikant bluMartin, een dochtermaatschappij van de Zweedse Swegon Group. Ze werkte eerder als projectmanager bij Frei & Essler Baumanagement GmbH in Starnberg en kwam na het afstuderen in governance in 2015 bij bluMartin. Het bedrijf ontwikkelt, produceert en verkoopt verse luchtaanzuigsystemen met warmteterugwinning en combineert met zijn producten gezond wooncomfort en een hoog ecologisch ambitieniveau. Het behoeftesturingsventilatiesysteem freeAir werd vanwege zijn energieprestaties in 2014 als eerste gedecentraliseerde ventilatiesysteem voor passiehuizen gecertificeerd en ontving volgens de EU-ecodesignrichtlijn de topbeoordeling A+.
Dr.-Ing. Benjamin Krick werkt als wetenschappelijk medewerker bij het Passiehuisinstituut Darmstadt, waar hij de werkgroep componentencertificering leidt. Zijn inhoudelijke aandachtspunten liggen op het gebied van energie- en kostenefficiënte gebouwschillen en duurzame evaluatie van energievoorziening van gebouwen. Krick is geboren in 1976, studeerde en doceerde aan de Hochschule Darmstadt en de Universiteit Kassel, waar hij in 2008 promoveerde op het gebied van experimenteel bouwen met hernieuwbare grondstoffen. Als wetenschapper, docent en auteur van talrijke vakartikelen en vakboeken ligt het hem na aan het hart kennis over energiezuinig, kosteneffectief en duurzaam bouwen te verspreiden.
Hubert Becher is werktuigbouwtechnicus en directeur van Bio-Solar-Haus® GmbH. In 1993 ontwikkelde hij samen met zijn oom Dipl.-Ing. Klaus Becher het inmiddels gepatenteerde huis-in-huis-principe en bouwde in 1994 in het Paltsische St. Alban het eerste huis. In de loop der jaren ontstond het Sonnenpark St. Alban, een wijk met in totaal 9 Bio-Solar-Häuser, waar je ook proefwonen kunt. Het bedrijf ontving reeds talrijke prijzen en onderscheidingen, o.a. de innovatieprijs van de deelstaat Rijnland-Palts en bereikte de 3e plaats bij de Energy-Globe-World-Award. In de tussentijd zijn meer dan 400 Bio-Solar-Häuser in heel Europa gebouwd. De nieuwste innovatie is de zelf ontwikkelde Low-Tec-PV-verwarming met drukloos hygiënisch opslagreservoir.
Vraag 1: Wat maakt een passiehuis uit?
Astrid Kahle, marketing manager van ventilatiefabrikant bluMartin
Astrid Kahle: Een passiehuis is een gebouw dat bijna zonder actieve verwarming uitkomt. Met een maximale verwarmingsbehoefte van 15 kWh/m²a overtreft het passiehuis de wettelijk vastgestelde minimumeisen volgens de Energiebespaarverordening (EnEV) aanzienlijk. Dit wordt mogelijk gemaakt door een luchtdichte en bijzonder goed geïsoleerde gebouwschil, een constructie zonder thermische bruggen en het gebruik van een gecontroleerde woonungsventilatie met hoge warmteterugwinning. Het aandeel van de gebouwensector in het eindenergieverbruik bedraagt in Duitsland meer dan een derde. De passiehuisstandaard laat zien hoe groot het potentieel voor energiebesparing en dus voor actieve klimaatbescherming in deze sector werkelijk is. Voor bewoners zijn het vooral het hoge wooncomfort met een aangenaam binnenklimaat en de duidelijk lagere exploitatiekosten die het passiehuis onderscheiden.
Dr.-Ing. Benjamin Krick, wetenschappelijk medewerker bij het Passiehuisinstituut Darmstadt
Dr.-Ing. Benjamin Krick: Een passiehuis heeft eerst en vooral een thermisch hoogwaardig gebouwschil. Hierdoor blijven de binnenoppervlakken warm – een garantie voor hoog comfort en aanzienlijk verminderde hygiëneproblemen zoals schimmel op te koude oppervlakken. Tegelijkertijd daalt de verwarmingsbehoefte zo ver dat de resterende hoeveelheid via de al vereiste ventilatieinstallatie met warmteterugwinning kan worden geleverd. Dit bespaart kosten voor een apart warmtedistributiesysteem. Interessant is dat deze strategie de gebouwtechnische installaties zeer eenvoudig maakt en dus kosteneffectief en onderhoudsarm is. Een passiehuis is dus een gebouw dat hoog comfort bereikt zonder ingewikkelde en onderhoudsintensieve 'actieve' systemen. En dat met een enorm extra voordeel, want door de lage energiebehoefte wordt duurzame energievoorziening mogelijk.
Hubert Becher, directeur van Bio-Solar-Haus® GmbH
Hubert Becher: Zogenaamde "passiehuizen" houden zich aan bepaalde richtlijnen die een particulier geleid instituut stelt. Ik ga graag een stap verder en beschrijf wat een verder ontwikkeld bio-passiehuis kenmerkt:
Vraag 2: Wanneer loont een passiehuis zich?
Astrid Kahle: Met het oog op wooncomfort en bijdrage aan meer duurzaamheid loont een passiehuis van dag één. Maar ook een zuiver economische beschouwing geeft het passiehuis standaard zonder problemen aan. Er zijn nu al veel passiehuizen die zonder extra kosten in vergelijking met een EnEV-huis worden gebouwd. Algemeen gaat men uit van extra investeringen van 3 tot maximaal 8%. Vanwege de extreem lage exploitatiekosten heeft een passiehuis zich doorgaans na tien jaar terugbetaald. Huurders profiteren van minimale bijkomende kosten. Daarnaast zijn passiehuiscomponenten steeds vaker ook te vinden in standaard productenlijn. Het Passiehuis Instituut bevordert nu meer dan 20 jaar hun ontwikkeling en verspreiding en draagt daarmee – net als de in de loop der jaren aangescherpte wettelijke regelgeving en de KfW-efficiëntiehuisnormen – bij aan het feit dat passiehuizen tegenwoordig nog economischer kunnen worden gebouwd. Bij dit jaar's Component Award van het Passiehuisinstituut stonden bijvoorbeeld kosteneffectieve ventilatieoplossingen voor woningbouw centraal. Ons freeAir-ventilatiesysteem behoorde tot de winnaars.
Huisbouw, bron: Benjamin Krick
Dr.-Ing. Benjamin Krick: Van dag één. Er zijn enkele voorbeelden waarin passiehuizen (vergeleken met gebouwen volgens de wettelijke minimumnormen) zonder aanvullende investeringen zijn gebouwd. Over het algemeen gaan we echter uit van aanvullende investeringen tussen 3% en 8%. Tegenover deze staan besparingen op verwarmingswarmte van tot 75%. Wanneer voor de aanvullende investeringen een lening wordt aangetrokken en de aflossingstermijnen goedkoper zijn dan de vermeden energiekosten, loont het passiehuis van het begin af. Correct gepland en gebouwd is dit doorgaans het geval. Van het begin af aan loont het zich ook voor het comfort in het huis, voor het milieu door vermeden energieverbruik (inclusief de vervaardigingsenergie). We kunnen ervan uitgaan dat zeer energie-efficiënte huizen in de toekomst een beter waardevast karakter hebben, omdat ze toekomstbestendig zijn.
„Ik raad altijd een 30 jaar durende beschouwing aan [...]"
Hubert Becher
Huis-in-huis-principe, bron: Bio-Solar-Haus® GmbH
Hubert Becher: Steeds vaker merk ik op dat bouwers in plaats van in euro's in kWh rekenen en het oog verliezen voor economische haalbaarheid bij de onderwerpen huisbouw en energiebesparing. Ik raad altijd een beschouwing over 30 jaren aan, want daarin worden niet alleen de zuivere aankoopprijs en de berekende energiekosten in aanmerking genomen, maar ook de exploitatiekosten. Hieronder vallen vooral de onderhoudskosten voor de gehele huistechnische installaties en ventilatie, alsook de vernieuwing van de installatie na een levensduur van ongeveer 15 jaar. Huizen met veel huistechnische installaties scoren onder deze veel realistischere beschouwing slechter af.
Vraag 3: Wat is beter – passiehuis of lagenemergiehuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuishuis?
Astrid Kahle: Eigenlijk is elk passiehuis een laag-energiehuis. De term laag-energiehuis is niet duidelijk gedefinieerd. Het wordt ook vaak gebruikt voor huizen die energetisch slechts aan de EnEV-minimumnormen voldoen. In vergelijking daarmee is het passiehuis natuurlijk aanzienlijk beter. Het gaat om een bindende norm met de hoogste energetische standaard en duidelijke grenswaarden, die tegelijkertijd grotendeels technologieneutraal is. Een blik op de levensduur van gebouwen maakt duidelijk dat de keuze voor een efficiëntiepeil vandaag ecologisch en economisch gedurende decennia effect heeft. Het passiehuis staat voor een technisch moderne, economische en verantwoorde oplossing die 90 procent minder verwarmingsenergie nodig heeft dan bestaande woningen en in vergelijking met een nieuwbouw volgens huidige wettelijke bepalingen slechts met een derde tot een zesde van de verwarmingsenergie toekomt. Ook op het gebied van wooncomfort biedt het passiehuis met de steeds warme oppervlakken ook bij ramen en wanden en altijd voorgelectrificeerde, pollenvrije buitenlucht overtuigende voordelen.
„Het laag-energiehuis [...] vertegenwoordigt in de regel niet het economische optimum [...]"
Dr.-Ing. Benjamin Krick
Huisbinnenwerk, Benjamin-Krick, bron: Benjamin Krick
Dr.-Ing. Benjamin Krick: Een passiehuis is een gebouw met een zeer lage energiebehoefte, dus een bijzonder laag-energiehuis. En wel een bijzonder goed exemplaar, zoals hierboven al is uitgelegd. Het laag-energiehuis, zoals het tegenwoordig (en gezien de coalitieakkoord van de huidige federale regering waarschijnlijk ook in de toekomst) volgens de EnEV en later waarschijnlijk volgens de GEG moet worden gebouwd, vertegenwoordigt in de regel niet het economische optimum en al helemaal niet het ecologische. Een ander punt: Het produceren en gebruiken van hernieuwbare energiebronnen is zeer belangrijk voor klimaatbescherming. Bij het gebouw gaat het doorgaans alleen om het produceren van warm water met thermische zonne-energiepanelen of stroom met fotovoltaïsche installaties. In winter, wanneer verwarmd moet worden, is er weinig zon. Dit veroorzaakt een wintergat, dat kleiner is naarmate minder energie nodig is voor verwarming. Een laag-energiehuis met een zeer grote fotovoltaïsche installatie dat jaarlijks evenveel energie produceert als het verbruikt, helpt helaas weinig voor de energietransitie, omdat de meeste energie nodig is als de zon in winter weinig schijnt en daarom weinig energie wordt geproduceerd. Het grote gat in winter blijft. Bij het passiehuis wordt het klein genoeg, om hanteerbaar duurzaam te blijven.
Hubert Becher: Naar mijn mening zou ik noch een passiehuis noch een conventioneel laag-energiehuis aanbevelen. Bij een passiehuis kom je niet zonder kunstmatige ventilatie uit, bij een laag-energiehuis misschien wel, maar dan moet je vooral in winter meerdere keren via ramen waterdamp afvoeren – energetisch eigenlijk onzinnig.
Vraag 4: Sommige critici stellen: Wie in een passiehuis woont, leeft praktisch in een plastic zak – en schaadt zelfs zijn gezondheid?! Wat is uw mening hierover?
Stelling: Schadelijke stoffen uit bouwmaterialen en vochtige lucht kunnen niet meer via gaten en kieren van het huis naar buiten ontsnappen. Ventilatiesystemen moeten het ophopen van schadelijke stoffen en schimmel in binnenruimten voorkomen, maar kunnen zelf gevaar opleveren als zich daarin legionella vormt.
Astrid Kahle: Dit is absoluut onjuist! Ventilatiesystemen dragen aanzienlijk bij aan een gezond binnenklimaat. Algemeen moeten alle gebouwen tegenwoordig, niet alleen passiehuizen, permanent luchtdicht worden gebouwd. § 6 van de EnEV schrijft dit juridisch bindend voor en vereist tegelijkertijd dat "de voor gezondheid en verwarming vereiste minimale luchtwisseling gegarandeerd is". Je kunt dus niet op ventilatie via gaten en kieren van een huis rekenen en ook de ventilatieramen bereiken hun grenzen bij deze luchtdichte bouwijze. De DIN 1946-6 regelt dat voor nieuwbouw en bij moderniseringswerk waarbij meer dan een derde van de ramen wordt vervangen of meer dan een derde van de dakoppervlakte wordt geïsoleerd, een ventilatieconcept moet worden opgesteld.
freeAir 3D-plattegrond, bron: bluMartin
„Je kunt niet op ventilatie via gaten en kieren van een huis rekenen en ook de ventilatieramen bereiken hun grenzen bij deze luchtdichte bouwijze."
Astrid Kahle
Hieraan ligt een minimale luchtwisseling van 0,5/u ten grondslag, wat betekent dat de lucht eens per twee uur volledig vernieuwd moet worden. Een ventilatiesysteem brengt automatisch verse lucht in de woonruimten en voert gebruikte lucht, vochtigheid, schadelijke stoffen en geuren af. Een comfort-ventilatiesysteem biedt bovendien talrijke verdere voordelen: Met energiezuinige ventilatieapparaten kunnen tot 50 procent verwarmingsenergie worden bespaard dankzij hoge warmteterugwinning. Effectieve filters beschermen tegen fijnstof en pollen. In centrale woongebieden maken ventilatiesystemen met een hoge geluidisolatie rustige slaap mogelijk, omdat de ramen gesloten kunnen blijven. Ons freeAir-ventilatiesysteem werkt behoeftestuurd met acht sensoren (o.a. voor CO2, vochtigheid en temperatuur) en past de ventilatie bv. bij vakantie of bezoek van gasten automatisch aan. Een intelligent vochtbeheersysteem voorkomt zowel te vochtige als te droge lucht. Dit beschermt niet alleen de gezondheid van bewoners, maar ook de bouwconstructie. Een gevaar van legionella in ventilatieleidingen is nog niet waargenomen bij zuivere ventilatiesystemen. Daarnaast wordt de lucht met effectieve filters gezuiverd voordat deze het huis binnenkomt. Desalniettemin hebben wij op hygiënische bezwaren gereageerd en ons woning-centraal freeAir-ventilatiesysteem zo ontworpen dat het zonder inblaasluchtleidingen aankomt. Inblaaslucht-ruimten worden met de intelligente actieve overstroom freeAir plus aangesloten op de woonruimteventilatie.
Huisbouw Benjamin-Krick, bron: Benjamin Krick
Dr.-Ing. Benjamin Krick: Mijn mening over dit onderwerp staat gelukkig niet vrij in de lucht, maar is gebaseerd op persoonlijke ervaring met mijn eigen passiehuis, dat met strobalen is geïsoleerd, en talrijke studies en metingen van het Passiehuis-Instituut en fysische samenhangen. De feitelijke situatie is duidelijk: gaten en kieren in de gebouwschil maken het transport van warme, vochtige lucht naar buiten mogelijk. Ergens in de muur condenseert de vochtigheid, er ontstaat dauwwater, dat bouwschade en schimmel kan veroorzaken. Als de wind draait, kunnen schimmelsporen terug in de binnenlucht gelangen. Dit is ongezond. Een gebouw met goede luchtdichting beschermt dus de gezondheid. Vooral in combinatie met een ventilatieinstallatie die betrouwbaar vochtigheid, CO2, onaangename geuren en schadelijke stoffen afvoert. De luchtdichte laag van mijn huis is van leipleister. Andere alternatieven voor kunststofmembranen zijn bijvoorbeeld andere pleistersoorten, bouwpapier of houtvezelproducten. Met mijn ventilatieinstallatie heb ik uitstekende ervaringen. In de zomer ventileer ik normaal via de ramen. In het verwarmingsseizoen neemt de ventilatieinstallatie dit over. De ramen blijven meestal gesloten, omdat de lucht goed is. Ik vervang eenmaal per jaar de filters en zet de installatie met één druk van de knop over van zomer- op winterbedrijf en weer terug. Legionella? Dit kan een probleem zijn bij de distributie van drinkwater op hoge temperatuur, niet voor ventilatieinstallaties in passiehuizen.
Hubert Becher: De vereenvoudigde maar zeer toepasselijke vergelijking met de plastic zak en het beademingsapparaat raakt de spijker op zijn kop. Als werktuigbouwtechnicus heb ik vroeg geleerd logisch te denken. En het is onlogisch een huis eerst waterdampdig te bouwen, om het vervolgens technisch te moeten ontvochtigen. Te stellen dat schadelijke stoffen zo ook uit het huis worden afgezogen, lijkt me ook niet plausibel: Kiest men de juiste bouwmaterialen, dan hoeven schadelijke stoffen ook niet uit het huis te worden afgevoerd! Het werkelijke probleem is dus niet de lucht, maar de waterdamp. Bouwers staan tegenwoordig voor een echt dilemma: Ofwel ze bouwen een "minder goed geïsoleerd huis" en kunnen zonder ontvochtigingssystemen volstaan, of ze bouwen hooggeïsoleerd, maar kunnen dan niet zonder deze machines omheen. Dat is natuurkunde. Als men echter in de natuur rondkijkt, bestaat voor bijna alles al een passende oplossing. Maar daarvoor moet men oude paden verlaten en ingeburgerde denkwijzen ter discussie stellen.
Vraag 5: Hoe ziet de toekomstige ontwikkeling van passiehuizen in Duitsland eruit?
freeAir-kinderkamer, bron: bluMartin
Astrid Kahle: Gezien de politieke klimaatbeschermingsdoelstellingen en het hoge aandeel van de gebouwensector in het eindenergieverbruik vertegenwoordigt de zeer energiezuinige en economisch haalbare passiehuisstandaard een absoluut toekomstgerichte optie. Op EU-niveau vereist Richtlijn 2010/31/EU een toename van het aantal zeer lage-energie-gebouwen, en vanaf 2021 moeten alle nieuwe gebouwen zeer lage-energie-gebouwen zijn. Dit is gedefinieerd als "gebouwen met zeer hoge totale energieprestatie zoals bepaald in bijlage I. De bijna nul of zeer lage energiebehoefte zou voor een groot deel door energie uit hernieuwbare bronnen [...] worden ingevoed". De concrete uitwerking blijft voorbehouden aan de lidstaten. Duitsland heeft nog geen exacte definitie gegeven. Wenselijk zou zijn dat de passiehuisstandaard als basis wordt genomen of in ieder geval als grondslag voor de nieuwe standaard dient.
Dr.-Ing. Benjamin Krick: Met het oog op de wettelijke norm en de verdere ontwikkeling ervan helaas momenteel helemaal niet goed – Het lijkt erop dat de politiek daar veel te veel door de energie-industrie en de woningbouwlobby de pen in handen laat nemen – Relevante passages in het coalitieakkoord zijn plaatselijk woordelijk identiek aan een document van de woningbouwindustrie. Dit is naar mijn mening niet alleen pijnlijk, maar in de bredere maatschappelijke context ook onverantwoord. Onze wens is zoveel mogelijk passiehuizen die daarnaast energie opwekken. Daarmee zijn zij wat dat betreft in zichzelf duurzaam en leveren zij een belangrijke bijdrage aan de klimaatbeschermingsdoelstellingen van de federale regering. Bovendien kunnen zij voor alle bouwbetrokkenen winstgevend zijn. Daar werken we aan en we zijn erg blij met steun van alle zijden.
Hubert Becher: Door de vele gesprekken met onze bouwgeïnteresseerden, ook van eigenaars van een passiehuis, ken ik vooral de ungebufferde ervaringen en problemen uit de praktijk met deze bouwwijze. Ik reken er stellig op dat er in de nabije toekomst een groot "knalletje" zal plaatsvinden. Ventilatieinstallaties in grote gebouwen zoals ziekenhuizen laten zich niet vermijden en zullen, met wat geluk, hopelijk redelijk worden onderhouden. Of deze onderhoud door elke particuliere huiseigenaar regelmatig wordt uitgevoerd – daar ben ik erg sceptisch over. De gezondheidsgevlogen (luchtwegaandoeningen, legionnaireziekte enz.) door vervuilde en niet onderhouden ventilatieinstallaties onderschatten waarschijnlijk de meeste mensen. Naar mijn mening hebben passiehuizen op lange termijn geen toekomst.
Redactionele opmerking: Ondanks de grootst mogelijke zorgvuldigheid bij het onderzoeken en opstellen van onze inhoud verzoeken wij u altijd rekening te houden met de omstandigheden ter plaatse en de aanwijzingen van de fabrikant bij het betreffende product. Wij streven ernaar alle informatie correct, volledig en actueel te houden, maar kunnen hiervoor geen garantie geven.