Bouwkundige brandbeveiliging
Preventieve brandbeveiliging omvat maatregelen om branden van tevoren te voorkomen, de verspreiding van vuur in te perken en levens te redden. Bouwkundige brandbeveiliging is een van drie vormen van preventieve brandbeveiliging. Dit omvat alle brandveiligheidsmaatregelen die verband houden met de bouw of wijziging van bouwkundige constructies. Daarnaast zijn er nog installatiebrandbeveiliging en organisatorische brandbeveiliging.
Inhoudsopgave
Over de expert:
Herbert Becker is deskundige voor preventieve brandbeveiliging. Zijn werkzwaartepunten liggen onder meer op: beoordeling van oude bouwsubstantie, kostenefficiënte brandbeveiliging en doelstellingsverwezenlijking volgens LBO (Landesbauordnung) met compenserende brandveiligheidsmaatregelen.
Daarnaast is Herbert Becker
- Lid en voorzitter van de Gütegemeinschaft Brandschutz im Ausbau GBA e.V. en de Wirtschaftsverband Brandschutz e.V.
- Leider van scholing bij de GBA
- Docent TU Kaiserslautern, ISA, Bochum, Esslingen en anderen
Welke maatregelen behoren tot een bouwkundige brandbeveiliging en waarom?
Volgens de bouwordeningen van de deelstaten moeten bouwwerken zo worden ingedeeld, gebouwd, gewijzigd en onderhouden dat brandvorming en verspreiding van rook en vuur worden voorkomen. Bij een brand moeten mensen en dieren gered kunnen worden en moeten effectieve bluswerkzaamheden mogelijk zijn. Concreet betekent dit:
Afschottingsprincipe. Foto: Herbert Becker.
- Er mogen geen gemakkelijk ontvlambare bouwmaterialen worden gebruikt.
- De essentiële bouwdelen moeten speciale eisen stellen aan draagvermogen, ruimteafscheiding en warmtedoorgangscoëfficiënt.
- Het wordt geëist dat een mogelijke brand op het kleinst mogelijke gebied wordt gehouden, wat als essentieel onderdeel van het brandbeveiligingsconcept in de desbetreffende bouwordening het afschottingsprincipe wordt genoemd.
- Bouwdelen moeten worden onderverdeeld in brandcompartimenten, zodat een brand zich gedurende de vereiste tijd niet verder kan verspreiden.
INFO: In de nieuwe MBO (Modelleerbouwordening) van 2016 wordt voor veiligheidskritieke bouwwijzen geëist dat de installatie alleen door geschoold en ingewerkt personeel mag plaatsvinden. Zeker de juiste weg, maar laten we afwachten hoe deze eis zich in de praktijk doorzet, vooral gezien de "goedkoop-mentaliteit" en "onderaannemerscultuur" op Duitse bouwplaatsen.
Gebruikers en bewoners van gebouwen zijn blootgesteld aan fundamentele gevaren die door branden en rook worden veroorzaakt. Volgens de Grondwet van de Bondsrepubliek is de staat verplicht tot voorzorg, zodat de openbare orde niet in gevaar komt. De daaruit voortvloeiende maatregelen voor bouwtoezichts- en bouwordingsactiviteiten voor het afwenden van gevaren vallen, net als het ordening- en politierecht, onder de bevoegdheid van de desbetreffende deelstaten. De daarvoor vereiste eisen van de LBO (Landesbauordnung) worden voorgesteld door de bepalingen van de MBO (Modelleerbouwordening) door een commissie van de desbetreffende landen (ARGEBAU) als richtlijn. Hierbij komen eisen die nieuw zijn geformuleerd in de MVVTB (Musterverwaltungsvorschrift technische Baubestimmungen). Vervolgens formuleren de landesparllementen deze elk naar behoefte en publiceren deze in het desbetreffende Staatsblad.
Conclusie: Voor architecten, ingenieurs en vakplanners is het onderwerp bouwkundige brandbeveiliging echt een "mammoettaak"!
Welke betekenis hebben het brandgedrag van bouwmaterialen en de brandwerendheid van bouwdelen voor de bouwkundige brandbeveiliging?
Bouwmaterialen zijn tot nu toe getest volgens DIN-normen en na succesvolle bouwmaterialtesting ingedeeld in:
| Bouwstoffenklasse volgens DIN 4102 | Bouwkundig benaming |
|---|---|
| A | Niet-brandbare bouwmaterialen |
| A1 | Zonder brandbare bestanddelen |
| A2 | Met brandbare bestanddelen |
| B | Brandbare bouwmaterialen |
| B1 | Moeilijk ontvlambaar |
| B2 | Normaal ontvlambaar |
| B3 (Installatie niet toegestaan) | Gemakkelijk ontvlambaar |
Verschillende eigenschappen en bestanddelen van bouwmaterialen moeten mogelijk worden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat deze eigenschappen duurzaam de kwaliteit behouden. Dit gebeurt door eigen en externe controles.
Bij branden, vooral bij gevelbekleding, moet iedereen zelf met gezond verstand onafhankelijk van zijn architect controleren of hij zich in geval van brand door kunststof of piepschuim vrijgestelde brandgassen bloot wil stellen, ook al zijn de niet-brandbare isolatiematerialen slechts weinig duurder. In bouwwerken zijn ontsnappings- en reddingswegen evenals veiligheidskritieke bouwdelen meestal gemaakt van niet-brandbare bouwmaterialen.
De zogenaamde brandweerstandsduur (FWD) is afhankelijk van de eisen van de LBO of de bijzondere bouwrichtlijnen of -verordeningen van de desbetreffende deelstaten. Ontsnappings- en reddingswegen moeten hier meestal minstens een FWD van 30 minuten hebben en de essentiële bouwdelen bestaan uit niet-brandbare bouwmaterialen.
Wat verstaat men onder een brandafschotting en waarom is deze bijzonder belangrijk?
Afschottingssystemen voor verschillende kabels. Foto: Herbert Becker.
De LBO van de deelstaten schrijft voor dat openingen in muren en plafonds alleen zijn toegestaan als deze worden gesloten met dezelfde of hogere FWD als de muren en plafonds.
Brandveiligingssystemen worden getest zodat doorbranding en rookdoordring evenals temperatuurstijgingen aan de zijde van het vuur volgens de normeringsvereisten worden gehandhaafd. Hier moet worden voorkomen dat bijvoorbeeld de bekende stofnesten op en achter kasten en inbouwwerk zich niet ontsteking. Dus hier geldt het zogenaamde afschottingsprincipe.
INFO: Het afschottingsprincipe is afgeleid van de scheepsbouw. Hier mag water niet door het schot (waterdichte deur of lucifer op het schip). Anders zou het schip zinken. In gebouwen mag gedurende de vereiste tijd van de FWD noch vuur noch rook door de opening of afschotting/brandklepel. of dergelijke passeren.
Deuren in T90. Foto: Herbert Becker.
Afschottingssystemen bestaan voor verschillende kabels (S30-S120), maar ook voor buizen (R20-R120), die water voerend of niet water voerend zijn en die op metalen of kunststofbasis worden vervaardigd.
De systemen vereisen grondige vakkennis en instructies van fabrikanten in de systemen voor degenen die ze gaan installeren. Als VN (bouwkundig gebruiksgeschiktheidsbewijs) gelden DIBT- en EN-toelatingingen. Daarnaast is het de kleine dingen en hoeken tussen kabels en buizen die belangrijk zijn. Hier vormen juist vuur en rook een gevaar bij onvolledige afsluiting van afschottingsopeningen. Kabels moeten worden gebundeld en kabels/buizen moeten voor en achter de afschotting brandveilig worden opgehangen.
Wat is een brandcompartiment en hoe handhaaft u dit?
Brandcompartimenten worden in het gebouwinterieur meestal voor de verdeling in gebouwen gebruikt. Deze dienen voor de afscheiding van uitgebreide gebouwen in secties van niet meer dan 40 meter, om een ontstane brand in een brandcompartiment in het gebouw in te perken. Muren van dit type moeten eisen stellen aan de FWD evenals aanvullende eisen die onder meer voortvloeien uit de gebouwklassen, gebouwgebruik en vooral volgens de LBO, MBO en bijzondere bouwrichtlijnen.
INFO: Brandmuren moeten na een brand van minimaal 90 minuten vanaf één zijde altijd overeind blijven. Tegelijkertijd moeten deze muren instortende muren, plafonds enz. weerstaan. Dit wordt na brandproeven aangetoond door een daarop volgende stootbelasting van 3.000 Newtonmeter. Hierbij slaat een looikogel twee keer tegen de muur.
Brandmuren bestaan fundamenteel uit niet-brandbare bouwmaterialen met behulp van muurstenen, gasbeton, kalkzandsteen (KS-stenen) en altijd met inachtneming van een standszekerheidsgebruik. Moderne brandmuren bestaan ook in droogbouwwijze, waarbij de statische eisen hier worden gegarandeerd door metalen inleggen.
Aanvullende eisen gelden voor brandmuren in gebouwhoeken, in het dakgebied en wat betreft openingen. Fundamenteel zijn installaties van welke soort dan ook alleen via afschottingen S90/R90, ventilatie alleen via brandveiligingskleppels en deuren alleen in T90 in brandmuren toegestaan. Hier geldt: De brandmuur is slechts zo goed als de daarin ingebouwde afschotting, klepel en deur.
Hoe kunt u in het kader van bouwkundige brandbeveiliging de verspreiding van rook voorkomen?
Nachttoevoerkanalen. Foto: Herbert Becker.
Wanneer in een openbaar gebouw of een constructie volgens de bijzondere bouwrichtlijnen rook via rookmeldingssystemen wordt gedetecteerd, vindt plaats - voor zover ventilatie aanwezig is - uitschakeling van deze ventilatie. Brandveiligingskleppels vallen dicht. Onmiddellijk kunnen vanaf dit moment personen die zich in het gebouw bevinden, ervan uitgaan dat rook niet meer in andere secties wordt overgedragen. Langere reddingswegen zijn voorzien van rookschuttingsdeuren.
Zoals uit de media bekend, zijn er ook rookafzuigsystemen via rookafzuigkleppels, rookafzuigkanalen, nachttoevoerkanalen en op het dak geplaatste rookgasventilators. Deze zijn, vereenvoudigd gezegd, bedoeld om bij rookdetectie brandbeveiligd in te grijpen.
Voeggebied met piepschuimplaat. Foto: Herbert Becker.
In grote winkelcentra, op treinstation, in industriefaciliteiten, in galerieën of meerdere open niveaus boven elkaar worden vaak rookschermen of rooksluiers gebruikt die bij brand de rook moeten kanaliseren of tegenhouden om evactuatie mogelijk te maken. Rookschuttingsvorhänge mogen niet als vervanging voor brandveiligings- of rookschuttingsdeuren worden gebruikt.
Fundamenteel verplicht de MBO dat benodigde gangen door niet afsluitbare rookdichte en zelfsluitende afsluitingen (deuren) in rookcompartimenten moeten worden onderverdeeld en niet langer dan 30 meter mogen zijn. De afsluitingen kunnen tot aan het plafond van de gangen worden aangebracht, mits het plafond op zijn minst brandwerende (F30) is.
Ook de juiste kijk op randvoorwaarden is belangrijk. Want wat baat een massieve KS-muur als bovenaan het voeggebied eenvoudig is voorzien van een brandbaar piepschuimplaatje.
Wat moet worden opgemerkt bij de planning van ontsnappings- en reddingswegen?
De eisen van de MBO en de respectievelijke LBO van de deelstaten regelen de eisen in detail. Hier eist onder meer de MBO voor gebruikseenheden met op zijn minst één verblijfsruimte, zoals woningen en praktijken, dat in elk verdieping minstens twee van elkaar onafhankelijke reddingswegen aanwezig moeten zijn, die in een verdieping echter ook via dezelfde benodigde gang kunnen lopen. Van daaruit moet de reddingsweg indien nodig ook via trappen naar buiten leiden.
De tweede reddingsweg kan afhankelijk van de deelstaat (Berlijn staat dit niet meer toe) ook worden gewaarborgd door middel van de reddingsmiddelen van de brandweer van bereikbare plaatsen van de gebruikseenheden. Hierbij komen nog eisen van de arbeidsomsstandighedenverordening, die bedrijfsmatig vereiste eisen vergelijkbaar of aanvullend regelen. Muren die ontsnappings- en reddingswegen begrenzen, zijn afhankelijk van objecteisen minstens brandwerende (F30AB) en bestaan voornamelijk uit niet-brandbare bouwmaterialen.
INFO: Horizontaal gezien moet je van een achterste ruimteuiteinde door de deur in een voor evacuatie benodigde gang naar een benodigde trappenruimte of naar de uitgang naar buiten (openbare verkeersruimte) kunnen gaan. Verticaal moet je via een benodigde trappenruimte naar de uitgang naar buiten (openbare verkeersruimte) kunnen gaan.
Het volgende geldt bij de planning van ontsnappings- en reddingswegen:
- De reddingsweglengte is beperkt tot maximaal 35 meter, in een deelstaat tot 40 meter.
- De benodigde gangen moeten zoals hierboven vermeld worden uitgevoerd en moeten vrij van brandlast gehouden worden.
- Naast voldoende verlichting is ook veiligheidsverlichting voor aanwijzingen van reddingswegen en -richtingen vereist.
- Eisen aan markeringen en aanplakbiljetten zoals de brandveiligheidsordening A+B evenals de veiligheidskennisgevingen volgens de richtlijn voor arbeidsveiligheid moeten worden nageleefd.
- Bij bijzondere constructies zijn deze eisen in de respectieve richtlijnen of verordeningen van de deelstaten geregeld en kunnen van de hier weergegeven eisen afwijken.
Welke gespecialiseerde bedrijven leveren welke diensten voor preventieve bouwkundige brandbeveiliging en hoe worden deze en hun medewerkers geschoold en gecontroleerd?
De nieuwe MBO eist via §16 voor veiligheidskritieke bouwdelen dat het werk in dit verband onder de volgende eisen wordt uitgevoerd en voltooid:
Bij bouwwijzen waarvan de toepassing in buitengewone mate afhangt van de deskundigheid en ervaring van de daarmee belaste personen of van uitrusting met speciale apparaten, kan in de bouwtype-goedkeuring of via rechtsbesluit van de opperbouwtoezichthouder (van de 16 deelstaten) worden voorgeschreven dat de gebruiker over zulke vakspecialisten of apparaten beschikt en het bewijs hiervan moet leveren. In de rechtsbesluit kunnen minimumeisen aan scholing worden gesteld.
De scholing en verdere opleiding van de GBA samen met de RAL-kwaliteitseisen voor in te bouwen brandveiligingselementen en -constructies waarborgen deze vereiste voorwaarden voor alle veiligheidskritieke gebieden in bouwkundige brandbeveiliging zoals:
- Droogbouwconstructies (bijv. muren, plafonds, installatieschachten)
- Ventilatie, klimaat, kleppels
- Kanalen voor ventilatie, rookafzuiging, I- en E-kanalen
- Deuren, poortstukken, brandveiligingsafsluitingen
- Afschottingen voor kabels en buizen, kabels, BMA
- Brandveiligingsglas, -voegen, -sprinklers, -pleister, -isolatie en brandbeveiliging voor staal en hout
- Bekleding van installaties en voegen
De eisen van de RAL-bepalingen, de IHK-cursus (Stand 05.12.2015) samen met de eisen van de MBO
worden aangetoond in het kader van de verdere scholing tot GBA/IHK-brandveiligingsspecialist. Zo worden de eisen §16 MBO vervuld.
Uitgevoerde brandbeveiliging wordt aangetoond via een RAL-kwaliteitskontroling.
In samenwerking met de Wirtschaftsverband Brandschutz e.V. zijn brandveiligingssystemen juist bouwkundig getest, geschikt voor installatie en worden door leden van GBA-bedrijven systeem- en RAL-gecertificeerd ingebouwd.
Welke andere preventieve brandveiligingsmaatregelen zijn er naast bouwkundige brandbeveiliging nog?
Installatiebrandbeveiliging
De installatiebrandbeveiliging krijgt onder meer bij bijzondere constructies (bijv. vergaderruimten) speciale betekenis. Hier zijn eisen die veel verder gaan dan die van een woonhuis. Het wordt gewaarborgd door veiligheidsvoorzieningen van het gebouw. Dit omvat onder meer:
- Veiligheidsverlichting
- Brandmeldsysteem en brandbeveiligingsopdracht van liften
- Automatische brandblussystemen
- Alarmeringssystemen
- Eisen voor bluswatervoorziening en rookafzuigings-/rookafzugingsinstallaties
Organisatorische brandbeveiliging
Hierna worden maatregelen vastgesteld die een gebruiker moet waarborgen om een bouwwerk blijvend te kunnen gebruiken. In de regel gaat het om het redden van onbekende of bekende personen die zich in het object bevinden. Dit omvat in detail onder meer:
- Onderhoud en zekerheid van de werking van afschottingen, deuren en alle andere brandveiligingsmaatregelen
- De eis van een brandveiligingsverantwoordelijke
- Reddingswegplannen
- Personeelsinstructies (bijv. hantering van brandblusapparaten)
- Opstelling en controle van brandblusapparaten
Redactionele opmerking: Ondanks de grootst mogelijke zorgvuldigheid bij het onderzoeken en opstellen van onze inhoud verzoeken wij u altijd rekening te houden met de omstandigheden ter plaatse en de aanwijzingen van de fabrikant bij het betreffende product. Wij streven ernaar alle informatie correct, volledig en actueel te houden, maar kunnen hiervoor geen garantie geven.